Over dit webinar
Vanaf 1 januari 2027 zullen heel wat werkgevers een mobiliteitsbudget moeten aanbieden aan werknemers met een bedrijfswagen.
Eén budget per werknemerscategorie lijkt dan evident, maar door de variabele kosten in de TCO krijgt in principe elke medewerker een ander budget. De moeilijkheid zit dus niet in de techniek, maar in de rechtvaardigheid.
Tijdens dit webinar staan we stil bij de vijf manieren om tot één faire TCO per werknemerscategorie te komen.
Één mobiliteitsbudget per werknemerscategorie: dat lijkt vanzelfsprekend. In de praktijk is het dat niet. Het budget wordt berekend op basis van de TCO van een onderliggende wagen, en die TCO bestaat uit een vaste en een variabele component. Ook wanneer je met de formule forfaitaire waarden werkt, zorgt de variabele component voor differentiatie omdat het variabele deel forfaitair berekend wordt op 6.000 privékilometers plus de woon-werkafstand heen en terug over 200 werkdagen.
Het mobiliteitsbudget wordt dus bepaald in functie van waar elke medewerker woont. Werk je met de werkelijke kosten, dan zit de variatie in de reële verbruikskosten, maar het effect is hetzelfde.
Reken je zonder correctie, dan krijgt vrijwel iedereen een ander budget, ook binnen dezelfde werknemerscategorie. Bij de forfaitaire waarden krijgt wie verder van het werk woont, meer. Net daar begint de vraag naar rechtvaardigheid, en precies daar gaat dit webinar over.
De referteperiode voor de personeelsdrempel loopt vandaag al, en toch ligt er nog steeds geen wetsontwerp op tafel.
De boodschap? Wacht niet op de wetgever.
De wetswijziging die het mobiliteitsbudget verplicht maakt, verandert namelijk niets aan de manier waarop je de TCO en daarmee het mobiliteitsbudget moet vaststellen. Wie vandaag begint te rekenen, doet dus geen werk dat straks opnieuw moet.
En wie wacht tot de regels helemaal vastliggen, houdt te weinig tijd over voor het lastigste deel van de oefening: het bepalen van de TCO, de total cost of ownership van de onderliggende wagen. Die bepaalt niet alleen je loonkost, maar ook of je medewerkers het mobiliteitsbudget (en je bedrijfswagenbeleid) als fair ervaren.
Het mobiliteitsbudget is namelijk een afgeleide van het recht op een bedrijfswagen. Het moet dus berekend worden op basis van een onderliggende (referentie)wagen. In de praktijk kleeft men er nochtans vaak gewoon een budget op. Dat is geen detail: wie niet correct berekent, riskeert dat het mobiliteitsbudget in zijn geheel als onbestaande wordt beschouwd, met substantiële financiële gevolgen.
Ook organisaties die geen fan zijn van het mobiliteitsbudget, ontkomen er niet aan. Medewerkers die het systeem kennen, zullen ernaar vragen, en je antwoord moet onderbouwd zijn. En zelfs als niemand er gebruik van maakt, blijft de TCO de linking pin tussen je car policy en je mobiliteitsbudget: wat je in je car policy beslist, bepaalt mee hoe je budget eruitziet, en omgekeerd. Je kan de twee niet los van elkaar bekijken.
HR-managers, compensation & benefits professionals, payroll managers, fleet managers en financiële profielen die het mobiliteitsbudget moeten voorbereiden of herbekijken.
Gepresenteerd door
Jochen heeft meer dan 15 jaar ervaring als consultant binnen HR legal en loonstrategie (advocatuur, big four, freelance en als oprichter binnen startups). Hij combineert een unieke combinatie van expertise op het vlak van business- en HR- en loonstrategie, HR legal en berekeningen en data-analyse.
Met Stratarius creëren we totaaloplossingen op maat voor jouw people- & loonstrategie.
Wij leveren geen halve oplossingen en laten geen perspectieven onbenut. Vertrouw op onze verregaande expertise op vlak van strategie, comp&ben, HR legal én data-analyse en forecasting.